SJOELEN

Sjoelen

Sjoelen is een Nederlands gezelschapsspel en sport, waarbij de spelers in drie beurten 30 schijven door een van de vier kleine gleufjes aan het einde van de plank moeten schuiven. De eerste keer wordt met alle schijven geschoven, de tweede en de derde keer met de schijven die nog niet in een vakje beland zijn. De schijven krijgen het aantal punten van het vak waar ze in terechtgekomen zijn (v.l.n.r. 2-3-4-1).

Het spel

Sjoelen wordt gespeeld op een houten bak (de sjoelbak) met houten schijven. Aan het eind van de bak zitten vier poorten, met kleine openingen waar de schijven net doorheen passen. Het doel van het spel is de schijven schuivend door de poorten te werpen. Als alle stenen zijn geworpen, worden de stenen die niet in een poort zitten weer teruggehaald. Deze zijn dan voor de tweede en derde beurt. Na drie beurten worden de punten geteld. Voor het bepalen of een steen wel of niet in een van de vier vakken is gelden officiële regels, aangezien sjoelen een erkende sport is. 

De juiste regel is dat de steen in zijn geheel onder of voorbij de opening moet liggen. Vaak wordt in huiselijke kringen gehanteerd: het schuiven met een vinger of ander voorwerp langs de poorten en wanneer de steen bij die beweging de poort inschuift telt deze mee, schuift de steen weer naar buiten, telt deze niet mee.

Een steen die tijdens het spel schuin of geheel op een andere steen terechtkomt, wordt bok genoemd en mag in dezelfde beurt officieel niet opnieuw gespeeld worden. Dat geldt ook voor een steen die vanuit het middengedeelte of vanuit de vier vakken abusievelijk buiten de bak terecht is gekomen. Buiten officiële wedstrijden wordt hier vaak van afgeweken.

Het spel wordt vaak in huiselijke kring als gezelschapsspel gespeeld, maar ook op braderieën, waarbij vaak om een extra dagprijs voor de hoogste score van de dag wordt gestreden. Ook is de officiële sjoelsport in opkomst.

De bak

De sjoelbak is 2 meter lang. De poorten hebben (van links naar rechts) als waarde 2, 3, 4 en 1. De waarde is aangegeven met behulp van koperen nagels (spijkers) die boven het poortje zijn aangebracht. Tussen de open voorzijde en het middelste deel is een dwarslat aangebracht. Deze dwarslat wordt ook wel "handlanger" of "afzetbalk" genoemd. 

Deze markeert de grens tussen het werpgedeelte en het middelste deel, waar de stenen alleen door andere stenen bewogen mogen worden. Stenen die terugketsen tot in het werpgedeelte mogen niet opnieuw gespeeld worden; wel mogen deze hieruit verwijderd worden. Van deze regel wordt in huiselijke kring vaak afgeweken.

De dwarslat wordt tevens gebruikt om tijdens het spel de nog te werpen stenen op te zetten. Vaak gebeurt dit in zes stapeltjes van vijf stenen, omdat de hoogte daarvan overeenkomt met de greep van een modale hand. Volgens de officiële regels mag dit niet.

De schijven zijn van beukenhout en enigszins hol, zodat ze alleen met de buitenring de baan raken. De wrijving met de bak wordt zo beperkt. Ze zijn 13 mm dik en 52 mm in diameter. Het spel heeft in totaal 30 schijven. Officiële sjoelwedstrijden dienen gespeeld te worden op officiële wedstrijdbakken van het merk Schilte. Vroeger werden deze bakken gemaakt door het bedrijf Homas.

Voor het onderhoud van de sjoelbak wordt aanbevolen het opwrijven van de binnenkanten met een wollen doek en wat aardappel(zet)meel op het glijvlak strooien. Andere middelen zoals schoonmaakmiddel, meubelspray of was kunnen gemakkelijk vuil aantrekken...

Spelleiding: Trudy Dekkers